Hattem, 5 September 1786.
Voor de poorten van het stadje liggen Pruisische soldaten onder bevel van Generaal-majoor Spengler, gestuurd
door stadhouder Willem V. Achter de muren maken de mannen en de vrouwen bezorgt op, om het stadje te verdedigen.
Even maar, want als de aanval inzet, blijkt iedereen te beseffen dat tegenstand zinloos is. Zonder ook maar één
gewonde te maken, trekken de troepen het stadje binnen met afkeer en nauwlijks verholen haat aanschouwd door
de zwijgende menigte. Dat prikkeld de soldaten .Een woord, gebaar is voldoende om ze tot razernij te doen ontsteken.
Mannen, vrouwen en kinderen, niemand is meer veilig ; huizen en kerken worden leeggeplunderd en verwoest.
Overal stijgen rookwolken van in brand gestoken gebouwen ten hemel, het gekerm van gewonden gaat op in de
woeste kreten van het krijgsvolk. Spengler kan of wil niets doen om aan dit geweld een eind te maken.
Diezelfde dag veroveren zijn soldaten Elburg, op dat moment een verlaten spookstad omdat de burgers tijdig een
goed heenkomen hebben gezocht.
Tot zover dit citaat uit het boek 2000 jaar geschiedenis van Gelderland. Uit dit boek zijn de gegevens ontleend die
ons iets vertellen over de omstandigheden waaronder onze voorouders leefde.
Het voorgaande citaat laat zien hoe het er rond 1786 in Hattem en omgeving voorstond. Wie echter de moeite neemt
het voornoemde boek in zijn geheel te lezen, zal ontdekken dat dit citaat eigenlijk één van de vele verhalen is over
steden die steeds door oorlogshandelingen werden verwoest.
Het is soms zelfs de vraag hoe een stad ooit de aanvallen en verwoestingen heeft overleeft, laat staan dat daar nog
mensen wilde wonen.
In deze periode begint het verhaal van de voorouders van o.a Wendy en mij. Willem Garrits en Evertjen Garrits zijn het
ouderpaar wiens kinderen later de naam Heideveld aannemen.
Willem en Evertjen leefde dus in een moeilijke tijd, de aanblik van de eens zo welvarende republiek der nederlanden
was niet bijster florisant. Het land was aan algemene verpaupering onderhevig. De vloot, tijdenlang het handelsmerk van
de republiek, bestond voor het grootste gedeel uit nauwlijks nog zeewaardig te noemen schepen. Daar wilde geen
nederlandse zeeman meer op aanmonsteren omdat het (citaat) "drijvende doodskisten" waren.
De republiek had ten opzichte van veel omliggende landen de boot van technische vernieuwing gemist. Te veel waren
de bestuurders van de republiek bezig geweest en nog steeds bezig met hun eigen heerlijkheden. Terwijl armoede en
werkloosheid hand overhand toenam werden de rijken steeds rijker door hun beleggingen in het buitenland.
Citaat: Een smalle toplaag zich ergelijk bewust van hun eigen voortreffelijkheid en met grote verachting neerziend op
de grote massa beneden zich.
De elite sloot haar ogen voor de groeiende onrust onder de bevolking die bijkans bezweek onder het regentensysteem
en het onderhouden van de bedeelden. Hongerend en bezitsloos zwierf men rond om enig werk of voedsel te bemachtigen.
De Veluwe was twee eeuwen terug geen aantrekkelijk gebied. Kale heidevelden en schrale zandwoesternij waar het slecht
boeren was. De boeren hadden er met hun gemengde bedrijven amper bestaansrecht.
Willem en Evertjen Garrits leefde op de rand van het bestaan. Dat wil zeggen Willem was een zogenaamde "dagloner"iemand
die dus vandaag niet wist of hij morgen of de dagen daarna nog te eten kon kopen.
Maar het kon nog erger , er bestonden ook nog de zogenaamde landlopers.
Ondanks de toen hoge kindersterfte bleven vijf kinderen van Willem en Evertjen
in leven:
1 Aaltje geb. overleden. 29-10-1844
2 Gerrit geb. overleden. 01-08-1845
3 Hendrik Willem geb. 09-11-1780 overleden. 27-10-1818
4 Klaas Willem geb. 16-12-1787 overleden. 19-12-1872
5 Harmen geb. 1790 overleden. 15-12-1845
Deze vijf kinderen zijn de grondleggers van de familienaam. Voordat men verplicht werd een vaste familienaam aan te nemen
werden de kinderen en vooral de zoons meestal vernoemd naar hun vader. Dus wisselde de naam van Willem Hendrik naar
Hendrik Willems enz enz. Toen men een vaste achternaam moest aannemen bleef dit gebruik vaak bestaan in de vorm van
een dubbel voornaam , soms tot vandaag de dag van vandaag toe.
Bij het zoeken naar stamboom gegevens is het gebruikelijk en het meest voor de hand liggend dat men van het heden naar
het verleden werkt. Ook Wendy en ik hebben dat gedaan met als resultaat dat we uitkwamen op het twee na oudste kind van,
Willem en Evertjen te weten Hendrik Willems.
Toen Hendrik Willems dertien jaar oud was trokken de franse troepen op 15 Februarie over Nederlandse grenzen. In die
periode was er vanuit de bevolking een sterk verzet tegen het regerende gezag. De bevolking was het beu om steeds te
moeten opdraaien voor de grillen van de overheden die elkaar soms in hoog tempo afloste. Al tientallen jaren waren de
burgers uitgebuit gekleineerd en misbruikt. Er was geen eenheid meer in den Nederlanden De franse soldaten hadden dan
ook niet veel moeite om Nederland in korte tijd te bezetten.
Nijmegen bijvoorbeeld werd door de fransen zonder slag of stoot genomen op 8 Nov. 1794 .Wie wilde er nog vechten?
Dat zou de zoveelste keer zijn dat Nijmegen zijn wonden moest likken.Men had andere problemen dan de franse bezetting
bijvoorbeeld de vele bijna uitgehongerde burgers van de stad die eerst aan eten dachten en beslist niet meer aan vechten.
En zo was het niet alleen in Nijmegen.
We mogen dus aannemen dat onze voorouders en hun kinderen er in die tijd slecht voorstonden en dat dit invloed had op
hun leven en het latere leven van hun kinderen zal dan ook niemand verbazen.